Kynologie

Historie

Kynologie gaat verder dan "mooi zijn" van de hond. Volgens de dikke Van Dale is kynologie: kennis van rashonden. Kennis over de anatomie, de fysiologie, de voedingsleer, de genetica en uiteraard algemene raskennis van de hond in het algemeen (en hier de Duitse Herder in het bijzonder). De kynologie is ontstaan rond 1900. Hoe zat dat met de Duitse Herder?

Africhting is geen kynologie. Met kynologie houdt de kringgroep IJsselmuiden zich niet mee bezig: wij zijn een africhtingsvereniging. Echter wil je met je hond gaan fokken, dan ontkom je er toch niet aan. Onze kringgroep kan hier informatie over geven en/of verwijzen naar kringgroepen die wel aan kynologie doen.

Eigenlijk hoeft er uiterlijk en qua karakter geen verschil te zijn tussen een kynologische hond en een werkhond. Immers, van oorsprong hebben ze dezelfde voorouders, dus ook dezelfde genen en dus dezelfde aanleg. Toch is er tegenwoordig vaak wel een groot verschil. Hoe komt dat dan is meer de vraag die je zou moeten stellen!

Het overgrote deel van alle hondenrassen die we tegenwoordig kennen in de wereld zijn in feite heel erg jong. Dat wil zeggen: de honden waren er wel, maar meestal hadden ze geen rasnaam. Wel look-a-likes maar meestal niet vastgelegd in een fokprogramma. Er zijn een klein aantal zeer oude rassen die al wel uit een fokprogramma kwamen (de Pekinees bijv. is zeer oud, meer dan 1000 jaar geleden was het de hofhond van de oude Chinese keizers)

Zo ongeveer rond 1900 (een paar decennia er voor en erna) kwam belangstelling honden vast te leggen in een rasstandaard.. Tot dan toe kon je honden ruwweg verdelen in bijvoorbeeld jachthonden, gezelschapshonden, herdershonden, bewaking/erfhonden. Dit was een grove indeling en binnen deze types honden had je een grote diversiteit. Een gezelschapshond moest bijvoorbeeld lief en klein tot middelgroot zijn, geschikt voor dames en met een hoog aai gehalte. Voor jachthonden had je een ruwe indeling van honden die het wild naar de jagers brachten (apporteer honden), honden die het wild opzochten en verwezen, Honden voor groot wild, honden voor klein wild.

Wel was het zo dat veel streken een eigen types honden hadden. In Friesland had je bijvoorbeeld de Wetterhound en de Stabij. (beide ongediertevangers en werden voor de jacht gebruikt) Maar hoe ze er precies moesten uitzien? Och als ze maar geschikt waren voor hun werk.

Gaandeweg zijn onze vroegere honden ingedeeld op basis van hun type (grootte, functie, uiterlijk) in een ras.. Tegenwoordig heb je een rashond als de hond in bezit is van een erkende (door de Raad van Beheer) stamboom en anders is het een kruising/bastaard.

Samengevat: Bijna alle hondenrassen zijn ontstaan (of vastgelegd in een fokprogramma) rond 1900.

De Duitse Herder

De Duitse herder is letterlijk bedacht door een Duitse militair (ritmeester von Stepanitz) Hij had in de oorlog (Frans-Duitse oorlog) gezien dat honden veel konden doen voor de militairen (bewaken van spullen, mensen/dingen konden zoeken, onraad slaan, boodschappen overbrengen, spullen dragen, etc.) : Hij vond dat in Duitsland veel goede honden waren en zijn idee was om uit die honden een standaard werkhond te verkrijgen die voor veel doeleinden geschikt was (leger, kudde, erf/bewaking) en dat altijd dit type hond verkrijgbaar was (dus niet toevallig ergens op straat liep of te koop was) maar elke keer door gerichte fok dezelfde eigenschappen had.

De hond die hij voor ogen had moest dus aan bepaalde voorvoorwaarden voldoen:

Het karakter; het moest een hond zijn die moedig was maar toch stabiel: een hond die zijn baas kon beschermen maar niet zomaar mensen beet of aanviel. Een hond die voor zijn baas wilde werken met plezier. De grootte: niet te klein anders bracht hij geen ontzag, niet te groot anders werd hij te lomp om te werken. Reu 61-65 cm, teef 55-60 cm

Hij moest gezond zijn, hij moest een goede vacht hebben (niet te kort, anders werd hij ziek in de kou, niet te lang, anders kostte het te veel verzorging of kon hij in de warmte niets doen. Stokharig heet dat

Hij moest een goed uithoudingsvermogen hebben: dus lang kunnen lopen (bijv. voor kuddehonden):Goede borst voor ruimte voor de longen, iets langgerekte rug zodat hij voor het draven zijn poten goed kon strekken (galopperen kan een hond niet zolang volhouden als draven) en goede hoekingen in de poten/gewrichten zodat hij ver zijn poten kon strekken: minder passen betekent minder inspanning En hij moest er mooi uitzien: hij moest uitstraling hebben, dus ook een mooie donkere kleur met rechtopstaande oren en een lange fang (ook weer belangrijk voor het zoeken). De donkere kleur vond Von Stephanitz ook heel belangrijk: omdat lichte honden (pigment arme) vaak wat ziekelijke honden waren.

Alles bij elkaar stelde hij: De schoonheid moet in dienst zijn van het werken. Dit alles heeft hij in een dik boek vastgelegd. En dat is dan de rasstandaard van de DH geworden.

Samen met enkele vrienden die het nut hiervan ook inzagen heeft hij letterlijk met twee honden (reu en een teef) de DH “opgericht”.

Honden die op zijn rasstandaard leken mochten zich aanmelden, werden gekeurd en werden opgenomen in het rasboek. Later werd het verplicht, om in aanmerking te komen voor een stamboom, in ieder geval 1 ouder hond te hebben met een DH stamboom, weer later werd het verplicht om bij beide ouderdieren een stamboom te hebben. Nu is het zo dat je een DH hebt omdat er een stamboom bij is en hij ziet er ook uit als een DH: het ras is gestandaardiseerd Deze ontwikkeling ging heel erg snel.

Het was ook wel handig; Bedenk maar: Als je een bepaalde hond wilde hebben kocht je een DH en je had redelijk kans dat hij voldeed aan wat je met hem wilde en hoe hij eruit zag. Om dit proces te versnellen gebruikte men “inteelt”: Dat betekent dat je goede nakomelingen van een ouderdier ging kruisen. En zo kan het dan dat je in zowel de moeder als in de vader dezelfde voorouders hebt. Omdat de DH voor heel veel doeleinden geschikt was waren er ook veel mensen die hem wilden hebben.

En omdat Von Stephanitz en de anderen die door hem waren aangesteld streng waren in het keuren voldeden ze ook aan de meeste eisen. Het kon niet in een keer, dus moesten ze wel eens een oogje dicht knijpen: Een hele mooie hond (voor de DH standaard) met een niet zo goed karakter werd toegelaten, of andersom. Het werd wel steeds strenger.

Stamboom van Roland von Starkenburg

Heinz v Starkenburg Hector v. Schwaben Horand v. Grafath
Mores Plieningen
Lucie v. Starkenburg Pollux
Prima
Bella v. Starkenburg Beowulf Hector v. Schwaben
Thekla I v.d. Krone
Lucie v. Starkenburg Pollux
Prima

Wat is een Duitse Herder?
Klik hier voor een rasbeschrijving.